English (United States) Nederlands (Nederland)

Rapportage Wet Luchtkwaliteit

De Milieudienst houdt de ontwikkelingen van luchtkwaliteit bij. Tot het jaar 2007 waren gemeenten verplicht om jaarlijks een rapportage luchtkwaliteit op te stellen en toe te sturen aan de provincie Utrecht. De Milieudienst voerde deze taak uit voor de gemeenten Bunnik, De Bilt, Utrechtse Heuvelrug, Vianen en Zeist. Na het vervallen van de  rapportageplicht is deze taak overgenomen door het ministerie van VROM. Het ministerie maakt hiervoor gebruik van  de Monitoringstool. Deze is voor iedereen te raadplegen op www.nsl-monitoring.nl.

Rapportages over 2008
De Milieudienst heeft voor 2008 de luchtkwaliteit voor de gemeenten Bunnik, De Bilt, Utrechtse Heuvelrug, Vianen en Zeist bepaald. Hiervoor zijn berekeningen uitgevoerd voor de luchtverontreinigende stoffen: stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Voor de overige stoffen zijn geen berekeningen uitgevoerd, omdat bijna in geheel Nederland aan de grenswaarden wordt voldaan. De volgende rapportages luchtkwaliteit 2008 zijn beschikbaar:

De belangrijkste bronnen van luchtverontreiniging zijn het wegverkeer, industriële bedrijven en de landbouw. Met name snelrijdende en optrekkende auto’s, bussen en vrachtwagens veroorzaken de uitstoot van stikstofdioxide. De bronnen voor fijn stof zijn zeer divers: onder andere verkeer, industrie en natuurlijke bronnen. Binnen de gemeenten Bunnik, De Bilt, Utrechtse Heuvelrug, Vianen en Zeist zijn geen grote industriële inrichtingen of intensieve veehouderij aanwezig. De belangrijkste bron van luchtvervuiling is het wegverkeer. De rapportages hebben daarom alleen betrekking op de uitstoot van stikstofdioxide en fijn stof door het wegverkeer. 

Stikstofdioxide op korte afstand van wegen toegenomen
Ten opzichte van 2007 zijn de concentraties stikstofdioxide op korte afstand van de wegen iets toegenomen. De oorzaak hiervan is dat het wegverkeer meer NO2 dan NO (stikstofmonoxide) uitstoot. Op grotere afstand van de weg heeft dit geen gevolgen. De oorzaak van de toegenomen NO2 uitstoot is de toepassingvan  fijnstoffilters, gecombineerd met oxidatiekatalysatoren. Daarnaast draagt ook de toename van het aantal gereden kilometers bij. De achtergrondconcentratie is afgenomen door het Europese en nationale bronbeleid voor de doelgroepen industrie en energie.

Fijn stof afgenomen
Ten opzichte van 2007 zijn de concentraties fijn stof afgenomen. De belangrijkste reden hiervoor is dat de meetmethoden zijn aangepast aan de Europese referentiemethode met als gevolg dat de resultaten naar beneden zijn bijgesteld. Ook het schonere wegverkeer en het bronbeleid van de Europese en nationale overheid leveren een positieve bijdage aan het behalen van dit resultaat.

Luchtverontreiniging kan schadelijk zijn voor de gezondheid van mensen en dieren en schade veroorzaken aan planten en gebouwen. Stikstofdioxide en fijn stof veroorzaken gezondheidsklachten en versterken hooikoorts, allergische en astmatische problemen. Geschat wordt dat 'luchtvervuiling' in 2000 verantwoordelijk was voor 1 tot 4% van de totale vroegtijdige sterfte en tot spoedopnames heeft geleid voor hart-, vaat- en longaandoeningen. Voor nadere vragen hierover wordt verwezen naar de GGD Midden Nederland (www.ggdmn.nl).

De Milieudienst werkt samen met haar eigenaar-gemeenten, de provincie Utrecht en GGD om de gezondheidseffecten in beeld te brengen en te komen tot mogelijke maatregelen om de luchtverontreiniging te beperken. Hiervoor wordt binnen de gemeenten gewerkt aan een eigen luchtkwaliteitsbeleid.

Toekomstige ontwikkelingen
De Milieudienst en haar eigenaar-gemeenten hechten er waarde aan om de burgers te blijven informeren over de luchtkwaliteit. De Milieudienst blijft daarom de ontwikkelingen volgen en voert periodiek berekeningen uit. De resultaten hiervan worden gepresenteerd op het Geoloket. Op het Geoloket zijn luchtkwaliteitskaarten geplaatst voor de jaren 2010, 2015 en 2020 voor de stoffen stikstofdioxide en fijn stof.
De trend is dat de concentraties stikstofdioxide en fijn stof afnemen de komende jaren door de voortgaande verschoning van het wegverkeer en het nationale en Europese bronbeleid.  

Datum actualisatie: 2 juni 2010