English (United States) Nederlands (Nederland)
Je bent hier:   Inwoners > Water > Watertoets

Watertoets

Sinds 1 november 2003 is de watertoets verplicht en verankerd in het Besluit op de ruimtelijke ordening. De watertoets is een bestuurlijk instrument waarmee ruimtelijke plannen worden getoetst op waterhuishoudkundige aspecten.

Met de watertoets moeten de eventuele negatieve effecten van ruimtelijke plannen en besluiten op de waterhuishouding zoveel mogelijk voorkomen worden. De watertoets is de schakel tussen het waterbeheer en de ruimtelijke ordening.

Doel van de watertoets
Het doel van de watertoets is om waterhuishoudkundige problemen (nu en in de toekomst) te voorkomen en kansen te benutten. De watertoets verplicht daarom bij alle ruimtelijke plannen en besluiten die invloed hebben op de waterhuishouding, te toetsen in hoeverre bij de planvorming rekening wordt gehouden met water. Het gaat vooral om de volgende plannen:

  • Gemeentelijke structuurplannen en –visies;
  • Stedenbouwkundige (her)inrichtingsplannen;
  • Bestemmingsplannen en wijzigingen (art. 19 en art. 11 Wro) daarop;
  • Infrastructuurplannen voor wegen en spoorlijnen;
  • Landinrichtingsplannen.

In de plannen dient rekening gehouden te worden met:

  • het reserveren van voldoende ruimte voor water (door berging, infiltratie, aan- en afvoer);
  • aandacht voor effecten op de waterkwaliteit (lozingen, uitlogende bouwmaterialen etc.);
  • aandacht voor veiligheid tegen overstroming (waterkeringen, bouwen in uiterwaarden etc.);
  • aandacht voor het grondwater (zowel kwaliteit als kwantiteit).

Wanneer bij de inrichting van het Nederland niet bewust rekening wordt gehouden met water, kunnen in de toekomst grote waterhuishoudkundige problemen ontstaan. Mede als gevolg van de effecten van klimaatverandering op de waterhuishouding.

De watertoets is eigenlijk het werkproces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van ruimtelijke plannen en besluiten door het bevoegd gezag. Voor het oppervlaktewater is het Waterschap of Hoogheemraadschap bevoegd gezag; voor het grondwater de provincie Utrecht. Van de initiatiefnemer van ruimtelijke plannen (veelal een overheid) wordt verwacht dat deze in een vroeg stadium van de planvorming contact legt met het bevoegd gezag en samen de plannen uitwerkt. Hiertoe geeft de waterbeheerder een wateradvies aan de initiatiefnemer.
De wettelijke verplichting is dat in alle ruimtelijke plannen een zogenaamde ‘waterparagraaf’ opgenomen moet worden. In deze waterparagraaf dienen het wateradvies, het proces van de gevolgde watertoets, de effecten van het ruimtelijk plan op de waterhuishouding, de gemaakte afwegingen en eventuele compenserende maatregelen te worden vastgelegd.

Door de waterschappen en de provincies zijn verschillende handboeken ontwikkeld waarin beschreven staat welke aspecten in de ruimtelijke plannen opgenomen dienen te worden en op welke wijze de plannen beoordeeld worden. Voor de provincie Utrecht is de werkwijze vastgelegd in de Leidraad Water en Milieu.

Milieudienst
De Milieudienst Zuidoost-Utrecht beschikt over een groot aantal relevante informatiebronnen met betrekking tot de waterhuishouding. Deze gegevens kunnen in het kader van de planvorming worden aangeleverd. Ook beschikt de Milieudienst over een actueel inzicht in de grondwaterkwaliteit in met name het stedelijk gebied. Dit is informatie die van groot belang kan zijn voor de ruimtelijke planvorming. Indien gewenst kan de Milieudienst dan ook adviseren op het gebied van met name grondwaterkwaliteit, bij de bredere milieutoets op ruimtelijke ordeningsplannen.

Nadere informatie:

Algemene informatie over de watertoets is te vinden op:

Datum actualisatie: 28 oktober 2009