Voorgeschiedenis en aanleiding voor het Besluit bodemkwaliteit
Het stellen van milieuhygiënische randvoorwaarden aan het hergebruik van primaire en secundaire bouwstoffen in bodem of oppervlaktewater was de aanleiding voor het Bouwstoffenbesluit, dat op 1 januari 1999 volledig in werking trad.Om het hergebruik van licht verontreinigde grond als bodem mogelijk te maken trad in oktober 1999 de Ministeriële Vrijstellingsregeling Grondverzet (MVG) in werking. Op basis van de evaluatie van het Bouwstoffenbesluit werd geconcludeerd dat het kader voor hergebruik voldeed, maar dat het besluit werd ervaren als star, complex en slecht handhaafbaar. Daarnaast bleek het beleid rond het toepassen van grond en baggerspecie te versnipperd in Bouwstoffenbeleid en de MVG. Dit heeft geleid tot het besluit het bouwstoffenbesluit te herzien en grond en bagger onder te brengen in een apart kader.
Gefaseerde inwerkingtreding
Het Besluit bodemkwaliteit is gefaseerd in werking getreden. Per 1 januari 2008 is het deel over de toepassingen in waterbodems . In het besluit zijn regels opgenomen voor het gebruik van grond, baggerspecie en bouwstoffen. in werking getreden. Het deel over de toepassingen op de landbodem, is per 1 juli 2008 in werking getreden.
LET OP: Ga eerst na of het Besluit bodemkwaliteit van toepassing is of dat de gemeente gebruik maakt van het overgangsrecht!!! In het laatste geval gelden de toepassingsvoorwaarden volgens het bodembeheerplan dat is gebaseerd op de bodemkwaliteitskaart. Controleer dit aan de hand van het op deze website opgenomen bodembeleidsoverzicht (wordt nog aan gewerkt).
Lees hieronder meer over het Besluit:
Meer informatie:
Datum actualisatie: 23 juni 2010