English (United States) Nederlands (Nederland)

Een korte toelichting op wat bodemverontreiniging is en wat u moet doen.

Bodemverontreiniging in het kort
Nadat in het begin van de jaren tachtig steeds meer gevallen van bodemverontreiniging werden ontdekt, ontstond een sterke behoefte om wettelijke regels voor de aanpak van bodemverontreiniging te ontwikkelen. Ook was het in beeld krijgen van het aantal bodemverontreinigingen in Nederland nodig. In 2004 is vastgesteld dat in Nederland circa 600.000 locaties zijn waar mogelijk een bodemverontreiniging is. Het aantal 'ernstig' verontreinigde locaties, ontstaan vóór 1 januari 1987, wordt geschat op circa 175.000.

Bodemverontreiniging kan grote gevolgen hebben voor de mensen die er op wonen of voor mensen die een huis op mogelijk vervuilde grond willen kopen. Veelgestelde vragen zijn bijvoorbeeld: Wat zijn de risico's van de verontreiniging? Is er een bodemonderzoek uitgevoerd? Moet er gesaneerd worden? Hoe gaat dat en wie betaalt dat? Bij wie kan ik terecht?

Wat te doen bij (vermoeden van) bodemverontreiniging?
Als koper van een huis of een perceel, wordt u verantwoordelijk voor eventueel aanwezige verontreinigingen in de bodem (= grond en grondwater) op het perceel. Dit betekent dat u in principe verplicht bent om uit te zoeken of er bodemverontreiniging aanwezig is. De verkoper en de makelaar hebben een 'mededelingsplicht'. Dat wil zeggen dat zij verplicht zijn om u, als nieuwe eigenaar, te informeren als bekend is dat de bodem verontreinigd is.

Voor huizen die na 1992 gebouwd zijn (voor gesubsidieerde huizen na 1987), moet er een geschiktheidverklaring bij de gemeente aanwezig zijn. Deze geschiktheidverklaring wordt ook wel 'schone grond verklaring' genoemd. Dit wil zeggen dat de huizen op niet-ernstig verontreinigde grond gebouwd zijn.

Wanneer het huis vóór 1992 (of 1987 voor gesubsidieerde huizen) gebouwd is, moet worden uitgezocht of het terrein in het verleden mogelijk is verontreinigd. Het kan zijn dat de locatie al hierop is onderzocht. Zo niet, dan moet er eerst historisch onderzoek uitgevoerd worden. Vervolgens moet de aanpak van het bodemonderzoek worden afgestemd op de resultaten van het historisch onderzoek.

Bodemverontreiniging: wat zegt de wet?
Om de bodemverontreiniging aan te kunnen pakken, is in 1983 de Interim-wet bodemsanering (Ibs) ingesteld. In 1987 trad de Wet bodembescherming (Wbb) in werking waarbij de vervuiler (= veroorzaker van de verontreiniging) aansprakelijk werd gesteld. Bodemverontreiniging bleek echter een veel groter probleem dan aanvankelijk werd gedacht. Het aantal te saneren locaties dat bekend werd, bleef maar groeien en daarmee groeiden ook de kosten voor de sanering. Dit leidde ertoe dat in 1994 de Wet bodembescherming werd vernieuwd, waarbij de verantwoordelijkheid voor de bodemverontreiniging primair kwam te liggen bij de eigenaar van de bodem.