Als u gaat bouwen, krijgt u te maken met regels die grotendeels zijn gebaseerd op de Woningwet. Meestal heeft u een bouwvergunning nodig van de gemeente. Een voorwaarde voor de vergunning kan een bodemonderzoek zijn.
Hieronder kunt u over de volgende onderwerpen lezen:
- Wettelijk kader;
- Bodemonderzoek bij bouwen;
- Beoordeling bodemonderzoek;
- Wanneer moet u een bodemonderzoek aanleveren?
- Kosten en leges.
Wettelijk kader
Als u gaat bouwen of verbouwen, krijgt u te maken met bouwregelgeving. Deze regels zijn grotendeels gebaseerd op de Woningwet (1 januari 2003). Wilt u (ver)bouwen, dan hebt u daarvoor meestal een bouwvergunning nodig van de gemeente. In een aantal gevallen is er geen vergunning nodig. Dit is vooral afhankelijk van de afmetingen van het bouwwerk en de locatie waar zal worden gebouwd (aan de voor-, zij- of achtergevel). U moet de gemeente laten weten wat u wilt (ver)bouwen, zodat kan worden beoordeeld of uw plannen binnen de regels passen. De Woningwet onderscheidt drie categorieën bouwwerken:
- Bouwvergunningsvrije bouwwerken – de Woningwet noemt een aantal bouwwerken waarvoor u géén bouwvergunning nodig hebt. Denk aan een afscheiding tussen balkons of terrassen, een rolluik, of in sommige gevallen een dakkapel aan de achterkant van een woning;
- Licht-vergunningplichtige bouwwerken – dit is een categorie van kleinere bouwwerken, zoals een dakkapel aan de voorkant van een huis, die de gemeente alleen toetst aan het bestemmingsplan en beoordeelt op welstand en op constructieve veiligheid;
- Regulier-vergunningplichtige bouwwerken - alle overige bouwwerken, bijvoorbeeld een dakopbouw, zijn regulier bouwvergunningplichtig. Deze werken worden ook technisch getoetst.
Als u gaat (ver)bouwen moet u altijd voldoen aan het Bouwbesluit. In dit besluit staan technische minimumeisen op het gebied van veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid en milieu. Ook kunt u te maken krijgen met bijvoorbeeld eisen van welstand, sloopvergunning en het bestemmingsplan.
Bodemonderzoek bij bouwen
Als u bouwplannen heeft, moet u vooraf controleren of er sprake is van verontreinigde grond. Voorkomen moet worden dat er wordt gebouwd op een bodem die zodanig is verontreinigd dat gevaar te verwachten is voor de gezondheid. Of de te bebouwen grond al dan niet verontreinigd is, kan worden vastgesteld door een bodemonderzoek dat de bodemgesteldheid in kaart brengt. Het uitvoeren van een bodemonderzoek is afhankelijk van het type bouwvergunning van een bouwwerk. In principe moet er bij de bouwvergunningaanvraag altijd een bodemonderzoek worden overlegd, maar er zijn diverse vrijstellingsmogelijkheden.
Wel of geen bodemonderzoek?
Het antwoord op uw vraag of wel/geen bodemonderzoek moet worden uitgevoerd vindt u via het volgende stroomschema. Hieronder volgt de toelichting.
Voor vergunningsvrije bouwwerken en voor licht-vergunningsplichtige bouwwerken is het uitvoeren van een bodemonderzoek niet verplicht. Indien echter al bekend is dat de locatie ernstig is verontreinigd en het bouwwerk de grond raakt, dan moet u een saneringsplan met meldingsformulier opsturen naar de provincie Utrecht. Zodra de provincie instemt met het saneringsplan, wordt de bouwvergunning verleend.
Voor licht-vergunningsplichtige bouwwerken wordt door de Milieudienst een ‘snelle controle’ uitgevoerd om te beoordelen of van de locatie gegevens over bodemverontreiniging bekend zijn. Voor regulier-vergunningplichtige bouwwerken wordt, afhankelijk van de oppervlakte van het bouwwerk, door de Milieudienst een ‘snelle controle’ of een historisch onderzoek uitgevoerd. Voor het historisch onderzoek dient door de aanvrager een historisch onderzoekformulier ingevuld te worden. De gemeente informeert de aanvrager van een bouwvergunning hierover.
Indien uit de ‘snelle controle’ of het historisch onderzoek blijkt dat de locatie mogelijk verontreinigd is (de locatie wordt dan ‘verdacht’ genoemd), moet vervolgens een verkennend bodemonderzoek (conform NEN 5740) worden uitgevoerd.
Voor regulier-vergunningplichtige bouwwerken wordt in de volgende situaties vrijstelling van bodemonderzoek verleend:
- gebouwen waarin (nagenoeg) niet voortdurend mensen verblijven, bijvoorbeeld een loods waar niet langer dan 2 uur per dag mensen verblijven.
- bouwwerk dat geen gebouw is, bijvoorbeeld een brug.
- bouwwerken die de grond niet raken, bijvoorbeeld een dakkapel.
- bij interne verbouwingen.
- bouwwerken die ‘naar aard en omvang’ gelijk zijn aan een licht-vergunningplichtig bouwwerk, bijvoorbeeld een kleine uitbouw van een woning.
Bij een regulier-vergunningplichtig bouwwerk met een oppervlak van meer dan 50 m² moet, indien het een verblijfsruimte betreft (verblijf van mensen met meer dan 2 uur per dag), altijd een verkennend bodemonderzoek (conform NEN 5740) worden uitgevoerd.
Het is mogelijk dat er al een bodemonderzoek op de bouwlocatie is uitgevoerd. Wanneer er sindsdien geen verandering is gekomen in het gebruik van de bodem en het onderzoek voldoet aan de huidige normen, dan kan het onderzoek voldoende zijn. Het bodemonderzoek mag niet ouder zijn dan 5 jaar.
Beoordeling bodemonderzoek
Met de onderzoeksresultaten wordt bepaald of de locatie geschikt is voor het beoogde bouwwerk. Indien blijkt dat de locatie niet geschikt is voor bebouwing, zullen er aanvullende maatregelen moeten worden getroffen, zoals het verwijderen of afdekken van verontreinigde grond. Afhankelijk van de situatie zal dit worden opgenomen in de voorwaarden van de bouwvergunning of moet u de verontreiniging eerst saneren voordat u de bouwvergunning krijgt.
Wanneer een bodemonderzoek aanleveren?
Om de procedure zo spoedig mogelijk te laten verlopen moet u de bodemgegevens zo volledig mogelijk bij uw aanvraag aanleveren. Afhankelijk van uw situatie moet u het vooronderzoek met of zonder verkennend bodemonderzoek al bij de aanvraag toevoegen. Alle documenten moet u sturen aan uw gemeente. De gemeente is tijdens de gehele procedure uw aanspreekpunt.
Stroomschema bodemonderzoek bij bouwaanvragen
Het antwoord op uw vraag of wel/geen bodemonderzoek moet worden uitgevoerd vindt u via het volgende stroomschema.
Uitvoeren bodemonderzoek
Als u een verkennend bodemonderzoek wilt laten uitvoeren (conform NEN 5740), moet u een verzoek hiertoe indienen bij een hiervoor gecertificeerd onderzoeksbureau. Een lijst met gecertificeerde bureaus kunt u vinden op de website van Bodem+.
Datum actualisatie: 25 mei 2011