English (United States) Nederlands (Nederland)

Calamiteiten en ongelukken gemeente Zeist

Crisisbeheersingsplan, Milieuzorg
Het gemeentelijk Crisisbeheersingsplan bevat een draaiboek voor milieuzorg (Draaiboek Deelproces 24 Milieuzorg; vastgesteld door B. en W. op 21 juni 2005). Dit draaiboek heeft als doel om tijdens, en na afloop van een incident of calamiteit te zorgen voor de handhaving, dan wel het herstel van de kwaliteit van het milieu (waaronder bodem) of leefomgeving. Daarnaast heeft het draaiboek als doel om de risico’s voor het milieu in te schatten en maatregelen te nemen om het milieu te beschermen. Omdat het uitgangspunt is om het milieu op een juiste en zo volledig mogelijke wijze te beschermen, wordt van de (eerstelijns-) eenheden verwacht, dat zij bij een incident of calamiteit direct maatregelen treffen om bodemverontreiniging te beperken.

24-uurs-bereikbaarheid
De Milieudienst kan gebeld worden tijdens kantooruren. Na werktijden kan men inspreken op het antwoordapparaat, naar de politie bellen of naar de klachtenlijn van de provincie bellen. Eerstverantwoordelijke instantie voor aanpak is doorgaans de brandweer of de politie Milieudienst. Tijdens kantooruren kan de Milieudienst een melding in ontvangst nemen en daarna handhavend en/of coördinerend optreden. Voordat de Milieudienst in actie komt, zal altijd eerst overleg worden gevoerd met de milieucoördinator van de gemeente. Bij een melding buiten kantooruren zijn de politie Milieudienst en/of de brandweer het eerste aanspreekpunt.

Asbest
Voor calamiteiten waar mogelijk asbest bij vrijkomt, heeft de Milieudienst twee procedures ontwikkeld waarin is vastgelegd welke acties moeten worden ondernomen en wie daar verantwoordelijk voor is. In principe is het zo dat altijd eerst overleg plaatsvindt tussen de gemeente en de Milieudienst om de definitieve taakverdeling te bespreken. De procedures zijn getiteld ‘Asbestverwijdering na brand’ en ‘Asbestverwijdering overige situaties’. Bij ‘overige situaties’ kan bijvoorbeeld worden gedacht aan sloopwerkzaamheden of illegale stort.

Calamiteiten buiten bedrijfsterreinen
Als door een calamiteit bodemverontreiniging optreedt, is de gemeente of de provincie bevoegd gezag. Degene die de melding ontvangt (gemeente c.q. Milieudienst of provincie) zal in eerste instantie zelf actie moeten ondernemen. Pas op het moment dat de omvang van de verontreiniging kan worden bepaald, wordt bepaald wie feitelijk het bevoegd gezag is. Als blijkt dat de bodemverontreiniging ernstig is, of zich kan ontwikkelen tot ernstig geval, dan is de provincie bevoegd gezag (op grond van artikel 30 Wbb). Zo niet, dan de gemeente c.q. de Milieudienst. In een aantal uitzonderlijke gevallen kan het zijn dat de minister van VROM of de waterkwaliteitsbeheerder (bij waterbodemverontreiniging) bevoegd gezag is, maar in het algemeen is de keuze beperkt tot de gemeente of de provincie.

Calamiteiten op bedrijfsterreinen
Als een calamiteit, met bodemverontreiniging tot gevolg, optreedt op een bedrijfsterrein, dan meldt de inrichtinghouder dit, ongeacht de geschatte omvang, altijd aan de vergunningverlener (Milieudienst of provincie). De vergunningverlener zal de melding behandelen. Als op grond van de omvang van de verontreiniging vervolgens blijkt dat een ander dan de vergunningverlener bevoegd gezag is, dan zorgt de vergunningverlener dat de melding, inclusief indieningsvereisten, terecht komt bij het juiste bevoegd gezag (gemeente c.q. de Milieudienst of de provincie). Als blijkt dat de bodemverontreiniging ernstig is, of zich kan ontwikkelen tot ernstig geval, dan is de provincie bevoegd gezag. Zo niet, dan is de gemeente c.q. de Milieudienst bevoegd gezag. In dat laatste geval moet van de melding en de daarbij verstrekte gegevens kennis worden gegeven aan ondermeer de inspectie en Gedeputeerde Staten van de provincie (op grond van artikel 17.2 lid 3 Wm).

Datum actualisatie: 25 oktober 2009