Hieronder worden vier calamaiteiten situaties nader toegelicht:
- Calamiteiten op bedrijfsterreinen;
- Calamiteiten buiten bedrijfsterreinen;
- Calamiteiten met asbest;
- Rampen.
Calamiteiten op bedrijfsterreinen
Als een calamiteit, met bodemverontreiniging tot gevolg, optreedt op een bedrijfsterrein, dan meldt de inrichtinghouder dit, ongeacht de geschatte omvang, altijd aan de vergunningverlener (Milieudienst of provincie). De vergunningverlener zal de melding behandelen. Als op grond van de omvang van de verontreiniging vervolgens blijkt dat een ander dan de vergunningverlener bevoegd gezag is, dan zorgt de vergunningverlener dat de melding, inclusief indieningsvereisten, terecht komt bij het juiste bevoegd gezag (gemeente c.q. de Milieudienst of de provincie). Als blijkt dat de bodemverontreiniging ernstig is, of zich kan ontwikkelen tot ernstig geval, dan is de provincie bevoegd gezag. Zo niet, dan is de gemeente c.q. de Milieudienst bevoegd gezag. In dat laatste geval moet van de melding en de daarbij verstrekte gegevens kennis worden gegeven aan ondermeer de inspectie en Gedeputeerde Staten van de provincie (op grond van artikel 17.2 lid 3 Wet milieubeheer).
- Milieudienst (tel.: 030 – 69 99 500);
- Provincie (tel.: 030 – 25 89 111).
Calamiteiten buiten bedrijfsterreinen
Als door een calamiteit bodemverontreiniging optreedt, is de gemeente of de provincie bevoegd gezag. Degene die de melding ontvangt (gemeente c.q. Milieudienst of provincie) zal in eerste instantie zelf in actie moeten komen. Pas op het moment dat de omvang van de verontreiniging kan worden bepaald, wordt bepaald wie feitelijk het bevoegd gezag is. Als blijkt dat de bodemverontreiniging ernstig is, of zich kan ontwikkelen tot ernstig geval, dan is de provincie bevoegd gezag (op grond van artikel 30 Wet bodembescherming). Zo niet, dan de gemeente c.q. de Milieudienst (afhankelijk van de afspraken in het Mandaatbesluit en het milieubijstandscontract). In een aantal uitzonderlijke gevallen kan het zijn dat de minister van VROM of de waterkwaliteitsbeheerder (bij bodemverontreiniging onder oppervlaktewater) bevoegd gezag is, maar in het algemeen is de keuze beperkt tot de gemeente of de provincie.
- Milieudienst (tel.: 030 – 69 99 500);
- Provincie (tel.: 030 – 25 89 111).
Calamiteiten met asbest
Voor calamiteiten waar mogelijk asbest bij vrijkomt (bijvoorbeeld brand, sloopwerkzaamheden of illegale stort), heeft de Milieudienst procedures ontwikkeld waarin is vastgelegd welke acties moeten worden ondernomen en wie daar verantwoordelijk voor is. In principe is het zo dat altijd eerst overleg plaatsvindt tussen de Milieudienst en de gemeente om de definitieve taakverdeling te bespreken. De Milieudienst adviseert of coördineert dan.
Rampen
Als blijkt dat de calamiteit van dermate grote omvang is dat sprake is van een ramp, dan is de coördinatie altijd in handen van de gemeente, bijvoorbeeld de afdeling Rampenbestrijding of Openbare orde en veiligheid. De gemeente beschikt over een rampenplan en de algemene coördinatie is doorgaans in handen van de burgemeester.
De hierboven vermelde informatie is algemene (!) informatie. Elke gemeente kan eigen voorwaarden stellen of andere plannen ten aanzien van de omgang met calamiteiten hebben. Daarom wordt voor het onderwerp 'Rampen' doorverwezen naar de betreffende gemeenten.
Datum actualisatie: 21 maart 2010